Het echtpaar Joost Steenhuis en Aleida Steenhuis-Wortelboer tijdens de trouwerij van zoon Bernardus en Marietje Geerdink te Ter Apel in 1949 (bron; mw Steenhuis-Geerdink) Joost en Leida Steenhuis in de tuin (bron; mw Steenhuis-Geerdink) De naam Steenhuis duikt op Notulen van de vergadering van ingelanden van het Waterschap Bargercompascuum  van 12 juni 1911 (bron; archief van het Waterschap Hunze en Aa’s te Veendam) De tekst; Vergadering van ingelanden van het Waterschap Barger- Compascuum op Maandag 12 Juni 1911 voormiddags 11 uur in het hotel Luinge in Hoogeveen. Aan de orde: 1. Notulen. 2. Wijziging besluit van ingelanden dato 11 febr. 1911 betreffende aan te gaan geldlening groot f 9500 3. Voorstel tot het leggen van een duiker in het verlengde van de aslijn van hoofdwijk 3 tot afvoer van het water naar de breede sloot. Tegenwoordig zijn de heeren J.H. Tonckens H.H. Stoker J.B. Wilken H.H. Steenhuis en Steenhuis jr, die allen de presentatielijst hebben geteekend. De voorzitter opent de vergadering. De notulen van de vorige vergadering worden              gelezen en onveranderd goedgekeurd. Wie is H.H. Steenhuis  Hillebrandus Harmannus (H.H.) Steenhuis is geboren 7-6-1886 in Tripscompagnie. Zijn moeder is een telg uit het Groninger geslacht Lubberman. Hij is directeur van de aardappelmeelfabriek ‘Internos’, eigendom van de gebroeders Minke en enkele Krimpse landbouwers in De Krim (Overijssel). Later is hij bedrijfsleider van de turfstrooiselfabriek ‘Catrak’ (1915, van de familie Steenhuis en Geerdes) te Slagharen. Hij woont in Coevorden, aan de Van Heutzpark 8 en op zijn naam staat in 1913 het (auto) kentekennummer D329 geregistreerd. Ook staat hij in het PTT-telefoonboek van 1915 in Coevorden onder nummer 11 als turfstrooiselfabrikant en agenturen. Zoals beschreven komt zijn naam in maart 1911 voor het eerst voor in de notulen van het waterschap ‘Barger-Compascuum’. 1910-1915 over veenbaas Steenbeek Meester EG Bolhuis schrijft in 1918 zijn roman ‘Aan het eind van de wereld, verhaal uit de Drentsche venen’ over het leven te Bargercompascuum in de jaren 1910-1915. Hij gebruikt symnoniemen voor de personen, die voorkomen in het verhaal. Ook wordt genoemd ene veenbaas Steenbeek. Waarschijnlijk bedoelt hij hiermee één van de beide jongens Steenhuis, Hillebrandus of Joost. EG Bolhuis is in de jaren 1911-1915 werkzaam als hoofdonderwijzer te Bargercompascuum op de openbare lagere school I. Het is in die tijd de enige school in het dorp. Het staat aan de kruizing Postweg-Schoolweg in het oude centrum, tegenover het schuurkerkje, dat nu nog onderdeel is van het Veenpark (zie ook ‘145 jaar Bargercompascuum, over buurten, bedrijven en bewoners’, Gerard Steenhuis, 2011). E.G. Bolhuis is hiervoor onderwijzer te Emmercompascuum. Als schrijver noemt hij zich E.G. van Bolhuis.      Roman over Bargercompascuum, geschreven door hoofdmeester         E.G. Bolhuis (bron; Pauline Berens, www.xs4all.nl/~fjmblom/) 3/8 Ga naar de volgende pagina