Het logboek van Joost Steenhuis en enkele foto’s
Het logboek met opschrift ‘Zegels tellen 1940’.
Vervener Joost Steenhuis houdt administratie bij van zijn arbeiders. In een groot logboek noteert
hij de namen, geboortedata, adressen en renteverzekerings-nummers van zijn personeel, evenals
de gewerkte dagen. De oudste (bewaarde) gegevens dateren van 1939. Op de kartonnen voorkant
staat geschreven ‘Zegels tellen 1940’.
Al voor 1939 heeft hij personeel. Veel gegevens hierover heb ik tot nu toe niet kunnen
achterhalen. De expert op gebied van de Zuidoost Drentse vervening is de Nieuw Amsterdammer
mr. drs. Wim Visscher. Hij weet te vermelden dat in een Emmer-Courant uit de twintiger jaren
Steenhuis en Meijer ‘werkvolk op turfpersmachine en turfdrogers’ werk in Bargercompascuum
aanbieden.
Steenhuis schrijft- als werkgever- de gewerkte dagen op om te weten hoeveel zegels hij op de
rentekaart van de betreffende werknemer moet plakken. De hoeveelheid zegels op de kaart
bepaalt de hoogte van het latere pensioen. Ook de correspondenties naar de Raad van Arbeid bij
een bedrijfsongeval, en dientengevolge (tijdelijke)
arbeidsongeschiktheid noteert hij in het boek. De
toedracht van het ongeluk staat dan kort en bondig
beschreven. Hij schrijft niet netjes met een pen
maar gebruikt een potlood met een dikke punt. De
notities zijn letterlijk ruwweg opgeschreven. Zijn
zoon Eiso doet het in de vijftiger en zestiger jaren
netter en completer. Het betreft soms hele gezinnen
die voor hem werken; opa, vader, moeder en
kinderen. In enkele gevallen huren zij ook
woonruimte van Steenhuis.
De eerste twee bladzijden uit het logboek
van Joost Steenhuis uit 1939.
Steenhuis werkt samen met Ernst Meijer. ‘Steenhuis had de grond en Meijer beheerste de techniek’, zo heette het. Joost Steenhuis laat in de
latere jaren veel turfgraven over aan andere aannemers oa Jans Karssing en Roef Hartmann. Hijzelf legt zich toe op de ontginning, het
landbouwklaarmaken van de afgegraven stukken grond en vervolgens de landbouw. Ernst Meijer is meer de technische man, hij repareert en
reviseert de stoommachines.
Details uit het logboek
Een detail uit het logboek van Steenhuis. Het betreft notities opgeschreven door Joost
Steenhuis uit het begin van de Tweede Wereldoorlog, 1941. Joost noteert zelden volledig. Zo
ontbreekt vaak het adres of schrijft hij niet op wz of oz.
Jan Kuipers, geboren op 2-8-1892 en wonende aan het Verlengde Oosterdiep 23 (GS, moet zijn
wz 23). Kuipers werkte van 5-4 tot en met 29-8-41. Hieronder staan drie personen De Vries
geschreven. De onderste is vader Jans de Vries (bijnaam Jans Maatje(s), geboren 22-9-1884.
Daarboven zijn beide zonen Johannes,
geboren in 1923 en zoon Jan, geboren in
1920. Ten tijde van de oorlog woont de
familie De Vries aan het Verlengde
Oosterdiep oz op het hoge, achter de familie
Wehkamp-Hartmann op nummer 92, naast
nu houthandel Henk Berendt.
Rechts, een deel van een bladzijde uit
1949. De bovenste notering is nog van
Joost Steenhuis terwijl de notities eronder
van zijn zoon Eiso zijn. Hij noteert ook het
aantal zegels en een waarde ervan.
Berend Harms, geboren 13-8-1908 en wonende te Bargercompascuum, Verlengde Oosterdiep wz 28 (GS. moet 18 zijn) werkte van 5-11 tot
24-12-1949. Collegavervener Meijer moet mee betalen. Het betreft dus een gezamenlijke onderneming. Het handschrift is van Joost Steenhuis.
Dan noteert zoon Eiso Steenhuis over Jan Koops, geboren 24-5-1921, Bargercompas, Verlengde Oosterdiep WZ 84. Hij werkte van 2-9 tot 9-
12-1950. Er zijn 15 zegels van 60 cent geplakt. Ook Johannes R. Kuhl, geboren 31-10-1929, wonende Bargercompas, Verlengde Oosterdiep
WZ 52 werkte van 2-9 tot 4-11-1950, 10 zegels 50 cent. En van 11-11 tot 16-12 zijn 6 zegels van 60 cent geplakt. Het betreft hier Roef Kuhl,
zoon van Hendrik Kuhl sr. en jongere broer van Hendrik Kuhl jr.
1/3
Ga naar de volgende pagina