1916 -1917 -1918 Steenhuiswieke uitgegraven
De kaart van het waterschap ‘Bargercompascuum’, jaartal onbekend, laat het Verlengde Oosterdiep en het Limietwegkanaal als hoofdkanaal
zien, ook toont het de zijwijken, die genummerd zijn van 11 in het noorden tot 43 in het zuiden. Tevens vermeldt het per kanaal en wijk
hoeveel meters er in een bepaald jaar gegraven zijn. Van zijwijk 17, ‘de Steenhuiswijk’ wordt eerst in oostelijke richting gegraven, en wel in
1916 340 meter, in 1917 100 meter en in 1918 410 meter. Van dezelfde zijwijk 17 wordt in westelijke richting in 1919 130 meter, in 1920
400 meter, in 1923 200 meter en in 1924 150 meter gegraven, zie kaart 1.
Kaart 1. Een deel van de kaart van het waterschap ‘Bargercompascuum’. Ten noorden van het oostelijke deel van zijwijk 17 is het
zandpad naar de Limietwegbuurt, op de kaart zichtbaar als een stippellijntje (bron; eigen)
Een andere kaart uit 1918, behorende bij de wandplaat XVII. Vervening in Emmer-Compascuum, laat meer zien. Kaart 2 is een uitsnede
ervan en toont het gebied ten noorden van Bargercompascuum. Het is 1918 en het Verlengde Oosterdiep is ten noorden van
Bargercompascuum nog niet uitgegraven. De Steenhuiswijk – zijwijk 17- is in oostelijke richting al gereed tot aan de verlenging van het
Limietwegkanaal. In westelijke richting, in de richting van de Runde, moet men nog beginnen.
Kaart 2. Een deel van de kaart
Emmer-Compascuum, uit de
handleiding bij de wandplaat XVII.
Vervening te Emmer-Compascuum
(bron;Nederlandse landschappen
geschetst door E. Heimans en R.
Schuiling. Handleiding bij de
aardrijkskundige wandplaten van
Nederland door R. Schuiling & J.M.
de Feijter. XVII. Vervening te
Emmer-Compascuum, 1918)
H. H. Steenhuis
Wat is hier gaande? Doet Joost Steenhuis militaire dienst terwijl zijn ploeg de wijk 17 in oostelijke richting graaft of is de naam
Steenhuiswijk niet naar hem genoemd maar naar zijn neef Hillebrandus, die hier een ploeg gravers-veenarbeiders leidt. Mogelijk is het nog
anders en krijgt wijk 17 deze naam omdat Joost Steenhuis in de jaren na de eerste wereldoorlog de zijwijk in westelijke richting graaft?
1929 Waterschap
Joost Steenhuis is rond 1929 in BC voorzitter van het waterschap ‘Barger-Compascuum’ en verantwoordelijk voor de wijken, bruggen,
vonders en sluis- en brugwachterswoningen. In deze hoedanigheid heeft hij veel samengewerkt met Heinrich Pragt en later zoon Herman
Pragt, beide smid van beroep. Zij maken de bruggen en vonders in het dorp.
Als voorzitter van het waterschap heeft Steenhuis meermaals impopulaire maatregelen moeten nemen. Zo heeft hij onenigheid met Siebo
Vuuregge, de sluiswachterhuisbewoner bij de sluis in het Verlengde Oosterdiep- zuid. Dit huis staat aan de westzijde kant en heeft ook een
winkeltje. Vuuregge wordt uit het huis gezet maar bouwt in 1931 ertegenover nieuw. Hij heeft er ook een (concurrerende) winkel met 2
paardenstallen. De vrijgezelle dochter Truitje Vuuregge zet de winkel voort. Ben Schulte koopt later het huis op een veiling, gehouden bij
Santing te Zwartemeer.
Ook met vrouw Wanningen, wonend richting EC, heeft Steenhuis woorden over een praam, die in het kanaal ligt. De familie verhuurt de
praam. Lammert Wanningen bewoont nu dit ouderlijk huis. Steenhuis heeft als bijnaam ‘blauwkop’ omdat hij een bril draagt met donkere
glazen. Ook heeft hij geen haar op zijn hoofd en is hij nogal gezet.
Steenhuiswieke
Zijkanaal nr 17 heet de Steenhuiswieke en is schuin tegenover de Catharinahoeve in oostelijke richtinggegraven. Het is de verbindingswijk
tussen de beide hoofdkanalen Verlengde Oosterdiep en Limietwegkanaal (GS. Ook de zijwijk in het verlengde ervan maar dan lopend in
westelijke richting, naar de Runde, draagt dezelfde naam).
Een zandweg loopt vanaf de Runde tussen de wijken 16 en 17 door. Het pad komt vanaf Klazienaveen-Noord, gaat langs de kerk van De
Weerd, de Runde over en loopt door tot aan de Springersbrug, om vervolgens door te lopen tot over het Limietwegkanaal.
Kaart 3, de kaart van het waterschap van Geert Wilken uit 1929, laat de brug zien over het Verlengde Oosterdiep, brug 35. Dit moet de
Springersbrug zijn. Aan het eind van de zandweg is een brug (nr 39) over het Limietwegkanaal.
Oudere personen hebben het meer over een ander pad, dat met de Steenhuiswijk meeloopt. Op kaart 1 en kaart 3 is het aangeduid als
stippellijntje. Dit zandpad wordt gebruikt door bewoners van de grensstreek die naar de Openbare School III, dichtbij de Springersbrug, of
naar de winkels moeten. Aan het Verlengde Oosterdiep oz. staan immers enige winkeltjes. Ook de handelslui (bakkers ed), die hun klanten
aan de grens en Limietwegstreek bezoeken, gaan over dit pad.
Daar waar zijwijk 17, de Steenhuiswijk
het Verlengde Oosterdiep kruist is een
brug (43) en bij de Limietweg eveneens
een brug (nummer 44). Latere jaren zijn
deze bruggen vervangen door
verhoogde overgangen. In de
volksmond heette de overgang over het
Verlengde Oosterdiep ‘de hoge brug’.
Kaart 3. De kaart van het waterschap
‘Barger-Compascuum’, uit 1929 op
naam van Geert Wilken (bron; familie
JB Berens)
Opa Steenhuis verveent veel in samenwerking met Ernst Meijer. “Steenhuis had land en Meijer kende de techniek”, aldus Mans Egberts.
Steenhuis heeft dagelijks hulp van ene Kasper Treksel, woonachtig in Barnflair. Waarschijnlijk is dit dezelfde K.Treksel, die opa in 1916
vanuit Assen, als soldaat een kaart schrijft.
4/8
Ga naar de volgende pagina