Grond in Bargercompascuum
Ernst Meijer koopt samen met zijn schoonvader Roelf Bunt veengrond in Bargercompascuum. Volgens Anne wordt zijn vader, samen met zijn
schoonvader in 1924 eigenaar van plaats 29a-west (vanaf 1953 de boerderij), later van 34a en b-west, nabij de sluis en nog later een plaats in
het veenschap Zwartenberg (ten noorden van wijk 3 met kadastraal nummer 863). Het ligt ten oosten van de zijwijk 12 uit het Waterschap
‘Barger-Compascuum’, behorende tot de strook ‘Aan de Hannoveranen afgestaan’). Op de waterschapskaarten worden de plaatsen beschreven
met de namen ‘E. Meijer en R. Bunt’.
Op de steekdatum in 1931 staat het perceel 29a-west op
naam van Meijer en Bunt. De grond is in eerdere jaren
gekocht van F.Gerdes uit Valtermond. Deze kocht het in
1919 van de Emmercompascumer huisarts Lubberman
en diens plaatsgenoot J.Velema, die het in 1918
overnamen van D.J. van den Berg en gebroeders
Oostergo uit Nieuw Amsterdam. (GS. Vermoedelijk
waren Lubberman en Velema failliet en moest de grond
gedwongen verkocht worden). Zij hadden het in 1898
overgenomen van de erven van Meester C.Hiddingh, één
van de vier eerste eigenaren van Compascuum, sinds
1866. Plaats 34 wordt gekocht van Meester L.Oldenhuis-
Tonckens, ook één van de vier eerste eigenaren. Ook
hierbij noteert dorpshistoricus J.B. (Broer) Berens het
jaartal 1931.
Kaart uit 1929
Fragment van de kaart Waterschap Barger-Compascuum
uit 1929 (bron; J.B. Berens)
De kaart toont de geplande plaatsverdeling met hoofdwijk, zijwijken, bruggen, draaivonders (D.V), draaibruggen (D.B.) en wegen rondom de
Postweg ten westen van het Verlengde Oosterdiep. De (horizontale) Kunstweg is de Postweg met brug 25, de brug over het Verlengde
Oosterdiep en brug 46, de brug over de Runde. De Postweg is sinds 1923 verhard, evenals het Verlengde Oosterdiep oz. Beide straten worden
aangeduid als Kunstweg. Alle andere wegen zijn (nog) onverhard. De zijwijken zijn nog maar deels uitgegraven, de onderbrokene lijn is nog
niet gegraven. De beide plaatsen ten noorden van de Postweg zijn in eigendom bij het R.K. Kerkbestuur. Zijwijk 27-west (de kerkwijk) snijdt
de plaats door midden.
De plaats ten zuiden van de Postweg is eigendom van W.C. Grol uit Ter Apel. De plaats ten zuiden van zijwijk 28-west staat op naam van G.
Pragt uit E. Compas. De plaats ten zuiden van de raailijn is op naam van Meijer en Bunt, eerst van Kloppenburg en Gerdes maar die zijn
doorgestreept. De namen Meijer en Bunt staan -onduidelijk te lezen- links genoteerd. De plaats ten zuiden van zijwijk 29 staat op naam van
J.H. Steenhuis, E.Compas en ook de plaatsen ten noorden en ten zuiden van zijwijk 30 staan op zijn naam. Plaats 31 is van E.G. Smit en J.R.
Stuut.
Kapschuur
Ernst Meijer is veenbaas, hij heeft een ploeg persturfgravers aan het werk of zelfs meerdere. Zo is plaats 34 en het veen in Zwartenberg in
dezelfde tijd afgegraven. Hij bouwt op 34 een materiaalschuur. In 1936 bouwt hij een houten kapschuur op de kop van 29a, de latere
woonlocatie van de familie. Per praam wordt de schuur gehaald uit Barnflair, waar het dienst doet als turfschuur van een plaatselijke bakker.
Zoon Anne heeft het transport over water meegemaakt. Hij mag als kleine jongen mee en weet zich nog te herinneren dat het hout onder de
vlooien (van de turf) zit. Ook op 29a bouwt Ernst Meijer een schuur, waarin de persmachines in de winter gestald en gereviseerd worden. Hij
werkt samen met Joost Steenhuis.
Ook Steenhuis laat op de locatie van de latere boerderij, op 29b, eerst een kapschuur bouwen en later een materiaalschuur (de latere
koeienschuur), vervolgens pas in 1952 de grote veenkoloniale boerderij en tenslotte het woonhuis in 1954.
Links; Ernst Meijer en Albertje
Bunt voor hun huis Oosterdiep
wz 20, nabij het centrum van
Emmercompascuum rond
ongeveer 1950 (foto; Anne
Meijer)
Rechts; Joost Steenhuis en
Aleida Wortelboer in de tuin
achter het huis aan het
Hoofdkanaal 66 in
Emmercompascuum in ongeveer
1950 (foto; mw M. Steenhuis-
Geerdink)
2/3
Ga naar de volgende pagina