Sinds ongeveer 1910
Waarschijnlijk sinds ongeveer 1910 woont de familie Gerrit Schiphouwer hier. Gerrit is geboren in Angelslo in 1875. Zijn overlijdens-
bidprentje vermeldt als geboortejaar 1885 maar dit kan niet kloppen. Hij trouwt in Emmen in 1898 met Anna Gezina Schoenmaker, geboren in
1877 in Valtherveen, gemeente Odoorn. De eerste kinderen worden geboren in Duitsland, Johann in1899 in Altharen (hij heeft als achternaam
Schiphauwer), Hermann Heinrich in 1901 in Emmeln, Maria Helena in 1905 en Wilhelm in 1908 in Haren. De jongere kinderen zijn geboren
in Bargercompascuum, Anne Gesina in 1911, Tecla in 1914 en Alida in 1918. Wat is hier gaande?
Waarschijnlijk is het gezin van Gerrit Schiphouwer en Anna Schoenmaker na 1908 maar voor 1911 naar Bargercompascuum verhuisd.
Mogelijk zijn ze direct in dit huis aan de grens gaan wonen. Hebben ze zelf het huis gebouwd of is de boerderij van anderen overgenomen?
De familie moet niet onbemiddeld zijn geweest want drie plaatsen komen op naam van Schiphouwer. Op de kaart ‘Plaatsverdeling Achter de
Breede Sloot’ van Henk Hake, gedateerd ongeveer 1905 staat nog geen huis op deze plaats. Alle drie de plaatsen staan op naam van J.J.
Borgmann, B.C., dit is Joseph Borgmann. Op de kaart van het waterschap
‘Barger-Compascuum-grens’ uit ongeveer 1932 is de grond inmiddels op
naam van G. Schiphouwer.
Op de boerderij woont het echtpaar opa en oma Gerrit Schiphouwer en Anna
Schoenmaker en het gezin van vader Willem Schiphauwer en moeder Maria
Aleida Hölscher (1912) met hun kinderen. Aleida is dochter van Hinnek
Hölscher, die woont bij de winkel van Willem Scholte, eveneens aan de
Linietweg-zuid, vlakbij de school en vonder.
‘Hof Backs’ wordt nu bewoond door het gezin van Franz Bölle en is
omringd door grote eiken.
Tegenover deze boerderij en mogelijk deel uitmakend van hetzelfde bos
staat aan de Nederlandse kant tussen 1910 en 1960 de boerderij van
Schiphouwer (foto; eigen).
12 bunder en een omweg
Schiphouwer bewerkt 12 bunder, verdeeld over 3 plaatsen, die lopen van de Breede Sloot tot aan de landsgrens met een lengte van 678 meter.
De noordelijke plaats (nr 1292) is 32 meter breed. De plaats ten zuiden hiervan (nr 1293) is 48 meter breed. Hier staat het huis op. Dan komen
twee plaatsen van Berend Tubben. Ten zuiden hiervan is de derde plaats (nr 1296) en heeft een breedte van 96 meter.
Het pad naar het huis van Schiphouwer gaat via een omweg. De woning staat op plaats 1293. Het land naar de Limietweg, vanaf de Breede
Sloot is van vervener Tonckens. Logisch is het als Schiphouwer hier een pad naar zijn huis heeft. Dit heeft hij niet. De gang naar zijn huis is
anders. Ten zuiden van het huis Limietweg 107, bewoond door Berend Tubben Bzn. gaat een zandpad omhoog naar de grens. Schiphouwer
heeft hier recht van overgang. Plaats 1296, ten oosten van het huis van Berend Tubben, is van Schiphouwer zelf. Bij de grens aangekomen gaat
de bezoeker eerst over de Nederlandse Grensweg, ruim 75 meter in noordelijke richting en dan de honderd meter terug in westelijke richting.
Vanuit de keuken ziet de familie de bezoeker vanaf de grens komen. De boerderij staat in een bos met grote eiken, zoals anno 2012 ‘Hof
Backs’, nu bewoond door Frans Bölle nog onder de oude bomen staat. Het
recht van overgang is vaker een bron van ergernis tussen eigenaar van de
ondergrond en de (mede) gebruiker van het pad.Schiphouwer werkt samen
met Hendrik Robben, boer in het Zwartenberger-Compascuum. In latere
jaren huurt diens zoon Gradus en getrouwd met dochter Mia Schiphauwer de
grond. Gradus koopt voor veel geld het perceel van Tonckens om directe
toegang te verkrijgen tot zijn akker.
Geert Schiphouwer in een hut aan de grens.Bij het smokkelen wordt de
hut gebruikt en van hieruit gaat de smokkelaar de grens over (foto;
Geert Schiphouwer).
Leven aan de Limietweg
Opa Gerrit Schiphouwer heeft elke zaterdagmiddag om 16.00 een vaste afspraak bij scheerbaas Hendrik Linneman, bijnaam Sievert.
Linneman heeft een scheersalon en een klein winkeltje. De andere opa Hinnek Hölscher is ook klompenmaker. Ook maakt hij klompen-
andersom. Hij snijdt de klomp zodat de voet er in verkeerde richting in moet. De klompendrager gaat ermee op pad om te smokkelen. De
grenswachters worden hierdoor op een verkeerd spoor gebracht, letterlijk.
Ook jaagt Schiphouwer, samen met de Duitse buren op zondag vanuit Duitsland varkens over de grens om ze in het hok van Schiphouwer op
te sluiten. Op de maandag worden deze –gesmokkelde varkens- naar de markt gebracht.
Dagelijkse inkopen doet de familie bij Cramer en Scholte.
Op de zondag gaat Gerrit met zijn echtgenote met paard en wagen naar de kerk. Paard en wagen worden dan gestald bij het café van Bernard
Wilken aan de Postweg. Dit laat een mooie afbeelding in het fotoboekje van Anton Dijck zien.
Geert; “Mijn moeder bracht elke ochtend de volle melkbussen naar Boerland, naar het transformator-huisje en zette daar de volle
bussen neer. De Limietweg was in die tijd nog niet verhard. Alle Limietker boeren van Scholte tot Kuhl deden het zo. Ze had vier bussen
aan haar fiets hangen en lopend ging ze naar voren. Voor half negen moesten de bussen hier staan. De melkwagen kwam van Dalen,
later van Emmen-Noordbarge. In de jaren zeventig deed Benne Koiter deze melkroute, elke ochtend. Voordat vader overleden was, deed
hij het met paard en wagen”.
Dochter Anna moet elke maandagochtend kippeneieren brengen naar de winkel van Boerland, het huidige café de Kloeck. Zij doet dit door de
eieren in ruim stro gelegd, weg te brengen. Totaan de zesde klas moet zij te voet naar school. In de zesde klas krijgt ze een fiets.
Stoet-Anne
In de buurt wonen ook Stephan Esders (1893, Hebelermeer), getrouwd met de zus van Willem, Maria Helena Schiphauwer (1905, Haren) en
Annechien Smeman, ook ‘Stoet-Anne’ genoemd. Zie ook; 145 jaar Bargercompascuum, over buurten, bedrijven en bewoners, 2de druk,
pagina 126 (Steenhuis, 2011).
Anne Smeman is in 1854 in Noord-Sleen geboren, trouwt in 1875 met Jan Schiphouwer, geboren in 1837 in Sleen. Ze wonen eerst in
Angelslo, hier is Gerrit in 1875 geboren. Later wonen ze in Smeulveen, nabij Bargeroosterveld. Jan Schiphouwer overlijdt in 1879. Dan
hertrouwt Anne met ene Hendrik Scheper, later met Hendrik Meijer en na diens overlijden nogmaals met Albert Monsuur in 1900. Monsuur
verlaat haar, gaat naar Duitsland en komt niet terug. Ze wonen dan in Bargercompascuum, aan de Schoolweg-zuid, nabij de Runde,
halverwege Zwartemeer. Later komt Anne Smeman te wonen in de buurt van haar zoon Gerrit, nabij de grens.
Stoet-Anne is in het dorp een begrip. Ze heeft een logement. Aan daklozen, reizigers, handelaren, hollandgangers, negotiekerels en
bakkielopers geeft ze onderdak. Ze kunnen er eten, drinken en slapen. Overdag zijn de mannen voor hun handel weer op pad. Daarnaast maakt
Stoet-Anne reclame in de lokale krant voor haar sikkebok, die voor ‘goed’ nageslacht zorgt. Oudere grensbewoners kunnen zich Anne
Smeman nog herinneren.
2/3
Ga naar de volgende pagina