Op 16 november 1945 bezoekt- toen nog-
prinses Juliana Barger-Compascuum om een
vergadering van het Rode Kruis-Comité
Zwartemeer-Barger-Compascuum mee te
maken. Ze is voorzitster van ‘Volksherstel
Nederland’. De ontvangst is in de openbare
lagere school, de latere ´t Korhoen. Een rij
jonge vrouwen verwelkomt de prinses. Enkele
namen zijn bekend. Vlnr; onbekend, Leida
Berens, Atje Hoving, onbekend (2x), Greta
Heine (foto) en onbekend (2x). In de deur staat
wethouder Zegering Hadders, door de
Buitenlandse Strijdkrachten benoemd tot
burgemeester, en rechts van hem meester
Veldman van de St. Theresiaschool
Onrust aan de grens
Joop Hake is van het vooroorlogse jaar 1934 en geboren op Limietweg 97. Het huis staat op het bovenveen ‘Achter de Breede Sloot’ in het
Hebelermeerse Compascuum en een vierhonderd meter verwijderd van de grens met Duitsland. Aan de andere kant van de grens ligt
Hebelermeer. Zijn ouders zijn Bernard Lucas Hake en Maria Margaretha Wübben. Hij is jongste telg in een gezin met twaalf kinderen. Hij kan
zich nog herinneren dat de geallieerden in Duitsland, maar ook in het grensgebied met Nederland flyers vanuit de vliegtuigen gooien.
Meerdere flyers heeft hij nog in bezit. Het is een oproep aan de Duitse bevolking om zich over te geven. Zie;
http://achterdebreedesloot.nl/bager-compas-tijdens-wo2-p1.htm
Ook vertelt hij dat het tijdens de eerste dagen van de bevrijding rumoerig is aan de grens. Zijn oudere broer Roef is in die week uit feesten
geweest in het dorp. Barger Compas houdt zijn Oranjefeest en bij Boerland is dansen. Hij komt ’s avonds laat thuis. Hij wil zijn kleren
opfrissen en hangt zijn pak: broek, overhemd, colbert en jas buiten onder een overkapping op. Dan gaat hij naar bed. Zijn vader vindt de
beesten in de stal en schuren onrustig die nacht. De paarden snuiven en de varkens zijn opvallend lawaaierig. Hij gaat het bed uit om te kijken
wat er is. Er is geen licht en Bernard vindt niets. Later vertelt hij dat hij tegen een muur van een schuur stond en dat hij het gevoel had dat in
een andere schuur iemand was. Het was meer een gevoel en omdat er geen licht was buiten, kon hij het ook niet controleren.
Als broer Roef de volgende ochtend zijn kleren wil ophalen, hangen colbert en overhemd er nog wel, maar broek en overjas zijn van de lijn
verdwenen.
Wat is hier gebeurd? Is een soldaat in Duitse militaire kleding de grens over gevlucht en ziet hij Nederlandse burgerkleding bij Hake onder het
afdak hangen. Neemt hij de broek en jas mee om op een andere plek van kleding te wisselen. Is hij zo verder Nederland of Duitsland ingegaan
om niet herkend te worden als Duitse soldaat of als Nederlander gestoken in een Duits pak. Of betreft het iemand die gewoon geen goede
kleren meer heeft en zich hier in en ander pak steekt. De volgende dag zijn de jongens van Hake nog naar Hebelermeer gegaan om te kijken of
iemand daar de broek en jas van Roef aan heeft. Niemand gevonden.
Het gevoel van vader Hake klopte dus wel, achteraf.
Verboden zone aan de grens
Aan de grens is een 500 meter zone die niet vrij toegankelijk is. De geallieerden hebben aan beide kanten van de grens een dergelijke zone
‘Sperrgebiet’ ingericht. Zonder grenspas mag je je niet begeven in dit tractaatgebied. De Duitse boeren zijn hun landerijen in Nederland sinds
de bevrijding kwijt. Dit betreft vooral de boeren uit Hebelermeer die in het Veenschap Hebelermeerse Compascuum grond bezitten. De
Nederlandse Staat biedt de grondplaatsen in dit deel van Barger-Compascuum te koop aan, maar er is van Nederlandse zij geen interesse. Het
veen is hier niet afgegraven. De infrastructuur hiervoor ontbreekt. Er is geen hoofdwijk, geen zijwijken, geen paden enz. De grond is in
gebruik als bouw- en weideland. ’t is allemaal bente’, zei me een boer ‘er groeit niets op’. Het veenafgraven loont zich niet meer. Nederland is
overgegaan op steenkool.
Uiteindelijk worden veel Hebelermeerse boeren weer eigenaar van hun grond. Als de boer kan aantonen dat hij tegen het naziregiem was
tijdens de oorlog, krijgt hij het vrij op naam. In alle andere gevallen moeten de Hebelermeerders hun grond ‘gewoon’ terugkopen. De meeste
boeren uit Hebelermeer doen dit.
Hebelermeer
Het ouderlijk huis van Bernard Hüsers (Hebelermeer 27, het tweede huis ten oosten van Gasthof Robben) is beschadigd. Delen van het huis
zijn in rook opgegaan, zo ook het familiearchief. Hebelermeer moet geruimd worden. De mensen vertrekken binnen zes dagen naar buiten het
tractaat gebied. Van grens tot Süd Nord Kanal is controle gebied. De familie Ottens krijgt onderdak in Wesuwermoor bij de aanverwante
familie Gepken. Ottens overlegt met zijn zwager Bernard Hake, die in Nederland woont, dat hij een aantal koeien uit Hebelermeer de grens
over moet brengen. Hijzelf kan de beesten niet meenemen. Joop Hake loodst de koeien de grens over.
De familie Joop Boelle vindt onderdak op grond van de familie Robben, daar waar nu in Wesuwermoor een Schutzenhalle staat.
Bijna een jaar lang is dit niemandsland en spookgebied. Een boer mag onder toezicht naar zijn land, maar moet ’s avonds weer vertrekken.
Naderhand worden Nederlanders ervan verdacht de huizen en boerderijen leeggehaald te hebben.
De eerste jaren na 1945
De eerste jaren na de oorlog staan in het teken van herordenen. Het leven moet weer zijn normale gang en beloop vinden. De vervening loopt
op het laatst en veel jongens zijn bij huis. In het Zwartenberger Compascuum wordt nog veen vergraven. En aan de Runde. Verder hier en daar
nog een restje. Jongens vinden werk in de vervening in Fehndorf en Schöninghsdorf. Anderen beginnen bij de werkverschaffing, bij de D.U.W.
Weer anderen verhuizen naar de mijnen in Limburg, Philips in Eindhoven, de textiel in Twente, de polder, Wieringermeer, de hoogovens enz.
Een enkeling vindt werk bij de boer.
Er is behoefte aan ontspanning. Er worden busexcursies georganiseerd. Jongens-en meisjesverenigingen gaan op pad. Scholen houden hun
schoolreisjes en bejaarden hun jaarlijkse uitstap. De Emmerdennen is een veel bezochte locatie, maar ook de Dierentuin in Emmen, het
Zuidlaardermeer en de bossen bij Appelscha (zie foto). De mensen hunkeren naar vermaak en plezier.
Bezoek van de meisjes- en
jongensvereniging van de hervormde
kerkgemeenschap aan Appelscha in
1947. De mensen waren toe aan
ontspanning (foto en namen; Nettie
Koops en Wiechertje Kuipers).
De namen, vlnr, achter; Anna
Wanningen, Eppie Jalving, Janna
Huigen, Lenie en Jantje Schokker,
Jans Visser, Lambert de Vries,
Reindert en Katrienus Kuipers,
Konrad Weidijk, Metje Mulder, Thijs
Visser, meester Zwart, Jan
Wachtmeester, Jan Mulder, Joekie
Kuipers, Nettie Koops en Wiechertje
Kuipers.
Midden; Johanna Wachtmeester,
Trijntje de Vries, Vimmie Doldersum,
Gerrit de Vries, Geert Kuipers en
Chris Hoving.
Vooraan; Meneer Blauwiekel, Geesje
Huigen, Margje Duinkerken, Pop
Jalving, Grietje Smit, Geert Koops,
Anne Wachtmeester, Jans de Vries,
Jan Neinders, Remko Bosscher, Femmie Wachtmeester, Jan de Jonge, Jankie Oost, Fokje de Vries, Dina Dik, Margje Plenter, Geert
Koops en Henkie Hendriks.
3/4
Ga naar de volgende pagina