Tinus met de fiets aan de hand bij het huis op Verlengde Oosterdiep oz 101. Bij het huis staat Margie met de armen over elkaar (foto’s; Margie Brinks-Duinkerken) Noten 1. J.B. Berens, Barger-Compascuüm, (Nijmegen 2009) 153. 2. J.B. Berens, Barger-Compascuüm, (Nijmegen 2009) 152. Broer Berens vermeldt dat in eerste instantie het aangebrachte ontploffingsmateriaal niet werkte. Het vuurkoord weigerde. Toen bracht sergeant Speelman met een handgranaat de trotylblokjes tot springen en ging alsnog de brug de lucht in. 3. Greve woont op het bovenveen in het verlengde van de Postweg. Beneden aan het kanaal woont het gezin van Jans Heine op Limietweg 69. Soldaten moeten tussen Lindloh en Hebelermeer de grens overgestoken zijn. 4. De melkhandel van Herman Lübbers is op Verlengde Oosterdiep oz 193. Naderhand heeft Jan Gustin hier zijn café Halfweg. 5. De boerderij van Berend Mencke en Elise Otten heeft als adres Verlengde Oosterdiep wz 29. Eerdere bewoners van het huis dat lang de naam ‘Smeulveen’ draagt zijn de gezinnen van (vader) Herman Mencke, Berend van der Wal, Koopmans en de verveners Hubbeling en Smit. 6. zie: http://www.achterdebreedesloot.nl/kommies_zoon_p1.htm 7. De twee wekelijkse circulaire ‘Klanken uit B.C.’ meldt op verschillende momenten in 1948 en 1949 vondsten van fosforbommen. Woensdag 19 mei 1948 stoot Willem Veninga bij het turfgraven op plaats 37, naast café J.H. Lübbers, op een niet ontplofte bom. De schrijver meester Kuis meldt dat het gaat om een bom gevallen op zondag 30 januari 1944. Er zijn die dag acht bommen gevallen en nu zijn er nog twee zoek. Het betreft een fosforrubberbom, 50 cm lang en een doorsnede van 17 cm. Een opruimingsploeg heeft de bom ‘gecontroleerd’ laten ontploffen. Een ander exemplaar wordt hier gevonden, een jaar later, op maandag 1 mei 1949. Op 30 juni 1948 is een brandbom aangetroffen op de veenderij van Marten Wilbers (waar?), op 12 augustus op plaats 39 west van de firma Scholten, op woensdag 30 april 1949 op plaats 28, vlakbij het Limietwegkanaal. 8. Hans Snippe, ‘Het verhaal van de neergestorte bommenwerper aan de Westra’s wijk’, Dorpskrant Klazienaveen, 28 april 2017, 13. 9. Truus Pragt woont anno 2017 in Borne. Ze schrijft over haar ervaringen als kind in de oorlog. In 2016 komt van haar hand het boekje ‘Barger Compascuum in de oorlog 1940-1945 gezien door een kind’. 10. In 1944 gaat een oproep uit om kinderen uit west-Nederland onderdak te geven. Er is daar geen voedsel meer, de hongerwinter is begonnen. Veel gezinnen in Barger Compas geven gehoor aan deze oproep. Onder andere 35 kinderen uit Haarlem zijn voor langere tijd te gast in het dorp. 11. Oudere mensen noemen de Berkenrode nog de ‘Maatschappij’. Sinds de gemeentelijke herindeling in 1938 heet deze straat de Berkenrode. 12. De Grobfeld’s zijn slagers op Emmer-Erfscheidenveen. Dit lees ik in het Advertentieblad ’t Kompas dat in jaren twintig en dertig elke zaterdag verschijnt in Emmer-Compascuum en omstreken. Het verhaal van Gré Wübkes-Bruins komt niet overeen met het verhaal van de familie Arling. Joele was geen zoon van Jacob, maar zijn broer. 13. Herman Arling vertelt over de weg vanuit zijn woonhuis aan de Berkenrode naar de winkel van Springer. Te voet gingen ze, bij hen achter het huis, naar de Runde. Over de Runde was een dam, dan langs zijwijk 22 naar het Verlengde Oosterdiep wz. De plaats ten zuiden van wijk 22 was tot 1949 eigendom van vervener R. Smook uit Stadskanaal, daarna werd Jo Borgmann de eigenaar. Langs het kanaal liep een pad van de Runde tot het Verlengde Oosterdiep. Vooraan woonde het gezin van Ko Plenter op Verlengde Oosterdiep wz 35, die samen met Harm Arling ‘in de mande’ eigenaar was van een dorsmachine en een robuuste Lanz trekker. Bij Plenter aangekomen vervolgde de weg in noordelijke richting tot aan de Springersbrug. De winkel van Springer was aan de andere kant van het kanaal aan de oz-kant. Soms gingen ze vanaf de Runde ook langs de wijk van Hubbeling en Smit (zijwijk 23). Omdat de weg ‘Berkenrode’ in de natte periodes niet begaanbaar was, namen de mensen vaak de weg die op de westoever van de Runde lag. Zo gingen de kinderen naar de school en de mensen zondags naar de kerk. Wim Hartmann vertelt me dat bij het overlijden van zijn opa de kist over dit Rundepad vervoerd werd naar de kerk voor de uitvaartdienst. 14. J.B. Berens, Barger-Compascuüm (Nijmegen 2009) 153. Broer Berens heeft een iets andere uitleg. In Emmer-Compascuum moet de joodse familie Grobfeld opgepakt zijn. Een zoon heeft door mishandeling gedwongen bekend dat zij door twee mensen in de Berkenrode zijn geholpen. De beide opgepakte personen werden weer vrijgelaten doordat ze konden aangeven dat ze hulp hadden geboden uit armoede. 15. In de Kroniek van september 2016 lees ik dat Selig Grobfeld, geboren 26-11-1892 te Emmen de oorlog heeft overleefd. Ze woont dan aan de Runde zz 45 in Emmer-Compascuum. Ook Benny Simon Samson, geboren 24-10-1911 en wonende Zijtak wz 29 in Nieuw Amsterdam wordt genoemd op de lijst van overlevenden. 16. De familie Kroese is tijdens de oorlog door de Landwacht ondervraagd over hun identiteit. Ze menen dat de familie joods is. Hun uiterlijk is niet groot, zwart krullend haar, donkere teint en forse neus. Na de oorlog wordt vader Gerard Kroese ernstig ziek. Hij ligt begraven op het katholieke kerkhof. 17. Sinie Hölscher is jongste dochter van klompenmaker ‘Aole’ Berend Hölscher en Leida ‘Ollaid’ Pranger. Tijdens de oorlog woont zij met haar man Herman Gerdes (van het geslacht Troeven), haar moeder en haar kinderen aan het Verlengde Oosterdiep wz 75. Dit is een dubbel huis en het gezin bewoont de zuidelijke helft. In de andere helft woont het gezin van Willem Hölscher en Johanna Sturre. Ten zuiden van hun huis ligt de brug over zijwijk 28-west. De wijk wordt na de oorlog gedempt en Johan Lingenaar bouwt hier zijn woonhuis. Ten noorden van het huis van Gerdes-Hölscher woont op nummer 73 coupeuse Leen Jansen met enkele familieleden en op 72 het gezin van postbode Geert Lubbers en Griet Zwake. Dan komt het brughuis op nummer 69. Zie ook: http://www.achterdebreedesloot.nl/de_families_eilering_enz_pagina_3.htm 18. Piet Duinkerken is sociaal betrokken. Zo discussieert hij met zijn overbuurman De Vries over politiek getinte zaken. Zoon Hendrik de Vries weigert dienst en dit is tussen beide mannen onderwerp van gesprek. En leden van het gezin De Vries kunnen debatteren, zoals zoon Hendrik ‘Tommie de Vries’ later meermaals laat zien. Op zoon Nol Duinkerken heeft dit grote indruk gemaakt. Ook praat Duinkerken met de NSB-er Willem Springer, de eigenaar van de kruidenierswinkel tegenover. Na de oorlog heeft Duinkerken een leidende rol in Stichting Opbouw Drenthe.   In 1945 wordt hij Statenlid voor de PVDA. In 1949 overlijdt Piet Duinkerken op 51 jarige leeftijd. 19. De Nationaal- Socialistische Nederlandse Arbeiderspartij is een zusterpartij van de NSDAP, de nazipartij in Duitsland. De partij kende veel onenigheid en enkele afsplitsingen. Dit stond de bezetter niet aan en verplichtte in 1941 alle afsplitsingen op te gaan in de NSB. De Emmer Courant van 13 januari 1939 komt met het volgende bericht : Zwartemeer. Rede Majoor Kruyt. Belegd door de groep Barger Compascuum werd gisteren in café L. Kroeze een openbare vergadering gehouden van de Nationaal- Socialistische Nederlandse Arbeiders Partij waarin als spreker onder meer optrad de leider der beweging, majoor Kruyt te Heemstede. De bijeenkomst, welke door ruim 100 personen werd bezocht, werd geleid door den groepsleider te Barger Compascuum, den heer J.H. B., en geopend met den ‘Heil’ groet. Majoor Kruyt sprak daarna over de nationaal socialistische beginselen en met name over een der pijlers daarvan, het rasbeginsel. Na de pauze sprak nog de heer Ph. Sipkema uit Treebeek. De vergadering had een zeer ordelijk verloop en werd om plus minus 11 uur gesloten. De krant van 15 oktober 1937 schrijft: Zwartemeer. Zaterdagavond belegde de NSDAP, de partij van het hakenkruis in ons land, een openbare vergadering in café Jan Santing alhier. Als spreker trad op de leider majoor Kruyt. Deze ontwikkelde de beginselen der partij naar aanleiding van een zestal punten. Van de gelegenheid tot debat of het stellen van vragen werd geen gebruik gemaakt. Er was maar een matige belangstelling. 20. J.B. Berens, Barger-Compascuüm, (Nijmegen 2009) 152-154. 8/9   Ga naar de volgende pagina