Het grafmonument van Bernard Henderikus Schulte op het kerkhof van
Barger-Compascuum. Voor de oorlog is hij bakker bij de Viertorenbrug. In de
oorlog wordt hij tewerkgesteld in de haven van Oldenburg. Daar komt hij in
1941 om het leven. In dat jaar wordt hij begraven op het oude kerkhof, maar
in 1943 herbegraven op het nieuwe kerkhof in Barger Compas (foto; GS)
Pal aan de grens staat achter het huis van Limietweg 89 een bosje. De
plaats is tot voor kort nog bovenveen, maar boer Hendrik Koopman
graaft de turf af. Tot nu toe laat hij het bosje aan de grens staan.
Ten noorden van het bosje- voor de kijker links- heeft het huis gestaan
van Geert en Leine Wübben, Limietweg 88. Via dit huis is veel
gesmokkeld. Bé Reuvers leidt in de laatste oorlogsjaren gevluchte
buitenlanders uit de concentratiekampen naar dit adres. In die tijd
groeiden hier nog geen bomen en bestond het gebied uit bovenveen
met erop weide, boekweit-, aardappel- en graanteelt (foto; GS)
Hebelermeerse Compascuum
Sinie Heller-Hake (1930) is geboren op het adres Limietweg 99. Ze wordt als zesde van tien kinderen (als derde meisje) geboren in het gezin
van Bernard Heinrich ‘Brinnek’ Hake en Maria Helena Kragt. Ze wonen op het bovenveen in het Hebelermeerse Compascuum. In de oorlog
moet ze regelmatig een postpakketje afgeven bij Conen Bernd, Grüntallstrasse 48 in Hebelermeer. Het huis in het eikenbos pal op de grens met
Nederland en liggend schuin achter hun huis. De familie Conen verstuurt het pakketje naar oudere broers van Sinie, die tewerkgesteld zijn in
Duitsland. Roef als boerenknecht in de
buurt van Bremen en Johan in de bouw in
Wilhelmshaven. Zo ontlopen zij controle
door de Duitsers.
Haar neef Joop Hake (1934) is jongste
kind uit het gezin van Bernard Lucas Hake
en Margaretha Wübben. Het gezin woont
op Limietweg 97. Vader werkt als boer op
zijn eigen land rondom het huis. Het land
loopt tot aan de grens. Moeder is geboren
aan de Hebelermeerstrasse 123 in
Hebelermeer in het eerste huis vanuit
Nederland. Hemelsbreed anderhalve
kilometer vanaf het huis van Hake. Nu
woont hier Franz Ottens. Op Limietweg
88 woont broer Geert Wübben ‘Rikken
Geert’, zie boven. Joop Hake is in het
bezit van flyers die de geallieerden op het
laatst van de oorlog vanuit hun vliegtuigen
verspreiden in de bewoonde Duitse
gebieden. De flyers leggen de standpunten
uit van de geallieerden en doen een oproep
aan de Duitsers om zich over te geven en
om zo nodeloos bloedvergieten te
voorkomen.
Flyers in bezit van Joop Hake
Arend Duinkerken
Arend Duinkerken (25) is van 1924. Als in mei 1940 de brug bij Boerland wordt opgeblazen woont hij ‘op het hoge’ achter Hettinga en
Hartmann op Verlengde Oosterdiep oz 101. Het zijn aannemer Hendrik Exel en kommies Van Zanden die de buurt waarschuwen voor de
ontploffing en de mensen sommeren om onderdak te gaan zoeken in de Hervormde kerk. Bij het uitbreken van de oorlog is Arend zestien jaar
en vijf jaar later de twintig gepasseerd. In de eerste oorlogsjaren werkt hij met zijn vader en andere gezinsleden in de vervening achter hun
huis. Vanaf 1943 neemt Kasper Heine hem mee naar de vervening in het Duitse Wesuwermoor, in het gebied ten oosten van het Süd Nord
Kanal. Zijn werkgever is de firma Boom & Co uit het Duitse Bentheim. De opzichter van Boom komt één keer per week langs om de
werkzaamheden te controleren. Hij gaat gekleed in zware laarzen en draagt altijd een pistool bij zich heeft. ‘Hij was van de partij’.
Arend krijgt uitbetaald in voedsel-broodbonnen. Hij fietst elke dag van zijn ouderlijk huis in Barger Compas naar zijn werkplek in Duitsland.
De route leidt ook langs het witte café, winkel en smederij van Thesing, in Wesuwermoor bij de sluis.
Zijn neef Geert Duinkerken (1924) werkt op dat moment in Hamburg en stuurt regelmatig een brief naar zijn familie in Nederland. Hij stuurt
de brieven naar de hiervoor beschreven Thesing. Mevrouw Thesing en haar beide zonen Theo en Hans helpen de Nederlanders en doen Arend
de brieven mee. Zo voorkomen ze dat de Duitse douane de brieven onderschept en lastige vragen gaat stellen. Andersom stuurt mevrouw
Thesing de broodbonnen van Arend naar Geert. Arend verstopt de brieven en bonnen achter het glas van zijn fietslamp. Hij draait het glas
ervoor weg, doet het papierwerk erin en draait het glas er weer voor. Zo fietst hij de grens over.
De eigen familie heeft de broodbonnen niet nodig. Jongens van Duinkerken werken bij boer Harm Hoving in Zwartemeer en krijgen van deze
boer koren mee voor thuis. Dit koren wordt clandistien bij Tubben aan de Limietweg vermalen tot meel om brood van te bakken.
Vader Thesing heeft Arend nooit gezien. Moeder heeft bij de brug over het Süd Nord Kanal een winkel en café, de jongens Thesing een
smederij. Ze maken ploegen en beslaan paarden. Ze zijn niet door Hitler opgeroepen omdat beide gehandicapt zijn. De een heeft
kinderverlamming gehad en de andere een ernstige
kippenborst, aldus Arend.
Ook vertelt hij dat hij in de oorlogsjaren samen
met zijn kameraad Bartel Mulder regelmatig de
turfbak in de hervormde kerk moet bijvullen.
Opvallend vaak, zoals hij zich later bedenkt.
Bartel is zoon van koster Mulder. Het gezin
Mulder woont zuidelijker op het hoge op grond
van de firma Scholten. Evangelist Mik woont
naast de kerk. Later hoort hij dat in een ruimte bij
de kerk de broer van evangelist Mik ondergedoken
was. Er moeten in die tijd hier meerdere
onderduikers gezeten hebben. De kinderen van
Mulder hebben nooit beseft dat de kerk dienst
deed als schuiladres voor zo vele personen.
Henderika Duinkerken-Egbers voert de kippen
bij het huis Verlengde Oosterdiep oz 101. De
foto is uit de jaren rond de Tweede
Wereldoorlog. Zie ook noot 25
7/9
Ga naar de volgende pagina